Een door een dierenarts aanbevolen voedingsaanpak om je paard of pony met PPID te ondersteunen
Laatst bijgewerkt: 27/10/2025
Laatst bijgewerkt: 27/10/2025
In onze vorige blog las je wat Pituitary Pars Intermedia Dysfunction of PPID (Cushing) is, welke symptomen erop wijzen en waarom voeding zo’n belangrijke rol speelt bij het beheersen van deze aandoening.
In deze blog gaan we een stap verder. We bekijken hoe je het dieet van je paard of pony met PPID in de praktijk kunt aanpassen. Je leert hoe je het rantsoen kunt afstemmen op:
Voordat je een voederplan opstelt, is het belangrijk om een duidelijk beeld te hebben van de conditie van je paard. Een grondige evaluatie voorkomt dat problemen onbedoeld verergeren na aanpassingen.
Bij PPID verliest de hersenen zijn natuurlijke rem op de hormoonproductie, wat leidt tot een teveel aan adrenocorticotroop hormoon (ACTH). ACTH stimuleert de bijnieren om cortisol te produceren. Bij PPID-paarden gebeurt dit te vaak en te veel. Het resultaat is een voortdurend verhoogd cortisolniveau in het lichaam.
Door deze hormonale disbalans gebruiken paarden met PPID energie en voedingsstoffen minder efficiënt, wat leidt tot abnormale vetopslag en snellere spierafbraak. Zonder rem op de ACTH-productie komt er na maaltijden meer suiker in de bloedbaan. Het lichaam van het paard denkt dat er meer energie nodig is en maakt meer insuline aan om de suiker in de cellen te krijgen. Als de suiker niet door de cellen wordt gebruikt, worden deze na verloop van tijd ongevoelig voor insuline. Dit staat bekend als insulinedysregulatie en gaat vaak gepaard met PPID.
Een standaardrantsoen is daarom vaak niet meer voldoende.
Het opstellen van een aangepast voederplan op basis van lichaamsconditie en de aanwezigheid van insulinedysregulatie helpt de hormoonbalans te ondersteunen en een stabiel gewicht te behouden.
Een Body Condition Score (BCS) boven de 6 wordt beschouwd als overgewicht. De uitgangspunten voor gewichtsverlies zijn hetzelfde voor paarden met of zonder PPID. In beide gevallen moet de energieopname lager zijn dan het energieverbruik.
De volgende punten zijn belangrijk bij het opstellen van een voerschema voor te zware paarden:
💡 Praktisch voorbeeld: Een pony van 250 kg mag maximaal 1% van het lichaamsgewicht per week verliezen, wat neerkomt op 2,5 kg in de eerste week. Daarna is 0,5% per week een veilig doel.
Voedingsstrategie: Gebruik hooinetten met kleine mazen of een graasmasker om de eettijd te verlengen en pieken in hongergevoel te voorkomen. Je kunt eventueel stro aan het hooi toevoegen om de energiedichtheid te verlagen. Je paard is langer bezig met kauwen en blijft langer verzadigd. Oudere paarden met artrose hebben soms moeite met eten uit hooinetten. Zij eten soms liever hooi op grondniveau om de nek minder te belasten.
Supplementen: Een vitamine- en mineralenbalancer zoals ESTE Balancer vult tekorten aan die kunnen ontstaan wanneer je paard vooral ruwvoer eet, en zorgt voor een compleet en uitgebalanceerd rantsoen. Steady&Stable van Curafyt bevat Berberis vulgaris en helpt het gewicht op peil te houden en de suikermetabolisme te reguleren.
Behoud van spiermassa: Gebruik luzerne of Body&Build van Curafyt voor extra eiwitten en ondersteuning van spiermassa en spieropbouw. Eiwitten, en vooral het aminozuur tyrosine, zijn belangrijk omdat ze helpen de spiermassa te behouden en de aanmaak van dopamine ondersteunen, waar bij PPID vaak een tekort aan is. Combineer dit met lichte, regelmatige beweging om spierafbraak te beperken en de stofwisseling actief te houden.
Het bepalen van de BCS is een belangrijk onderdeel van de klinische beoordeling, vooral omdat ondergewicht bij paarden met PPID soms moeilijker te herkennen is. Hormonale veranderingen beïnvloeden de vetverdeling en de spierontwikkeling.
Het dieet van je paard moet worden aangepast aan de onderliggende oorzaken van het gewichtsverlies:
Naast voedingsbeheer voor PPID bij paarden met over- of ondergewicht is extra aandacht nodig wanneer paarden en pony’s ook lijden aan insulinedysregulatie. Deze combinatie verhoogt het risico op hoefbevangenheid (door hoge insulinespiegels) en vraagt om een strengere controle van het suikergehalte in het dieet.
Belangrijke aandachtspunten voor paarden met PPID en ID:
De leeftijd van je paard speelt een belangrijke rol in de voedingsbehoeften. Oudere dieren hebben vaak specifieke uitdagingen, zoals gebitsproblemen of verminderde mobiliteit, die invloed hebben op hoe ze voer opnemen en verteren.
Enkele voedingstips voor oudere paarden:
💡 Praktisch voorbeeld: hoeveel hooi is dit voor een paard van 500 kg? Dit komt overeen met 7,5 kg droge stof voor een paard van 500 kg. Hooi bevat ongeveer 85% droge stof. Rekening houdend hiermee mag een paard van 500 kg ongeveer 8,8 kg hooi per dag krijgen.
Naast deze algemene richtlijnen zijn er enkele voedingsstoffen die extra aandacht verdienen bij PPID. Eiwitten, vitaminen, mineralen en elektrolyten kunnen direct invloed hebben op spieronderhoud, hormonale balans en het immuunsysteem.
Een paard met PPID heeft levenslange zorg en aandacht nodig, vooral op het gebied van voeding. Het juiste dieet helpt de hormoonbalans te ondersteunen, de bloedsuikerspiegel stabiel te houden en spierverlies te beperken. Controleer regelmatig de lichaamsconditie, leeftijd, het gebit en insulineniveau van elk paard. Pas het rantsoen aan volgens de energiebehoefte en vermijd voer met veel suiker of zetmeel.
Een goed uitgebalanceerd dieet, gecombineerd met regelmatige veterinaire opvolging, helpt PPID-symptomen effectiever te beheersen. Zo blijft je paard langer actief, comfortabel en in stabiele conditie.