Home
›
Deskundig advies voor de gezondheid en het welzijn van je paard
›
Een door een dierenarts aanbevolen voedingsaanpak om je paard of pony met PPID te ondersteunen
Een door een dierenarts aanbevolen voedingsaanpak om je paard of pony met PPID te ondersteunen
In onze vorige blog las je wat Pituitary Pars Intermedia Dysfunction of PPID (Cushing) is, welke symptomen erop kunnen wijzen en waarom voeding zo'n belangrijke rol speelt bij het omgaan met deze aandoening.
In deze blog gaan we een stap verder. We bekijken hoe je het dieet van je paard of pony met PPID in de praktijk kunt aanpassen. Je leert hoe je het rantsoen afstemt op lichaamsconditie, leeftijd en insulinerespons, met concrete voorbeelden en eenvoudige richtlijnen.
Belangrijke factoren bij het opstellen van een voedingsplan voor PPID
Voordat je een voedingsplan opstelt, is het belangrijk om een duidelijk beeld te hebben van de conditie van je paard. Een grondige beoordeling voorkomt dat problemen na veranderingen onbedoeld verergeren.
Let op de volgende punten voordat je het rantsoen aanpast:
- Huidig dieet: inzicht in de huidige opname van energie, suiker en eiwitten helpt jou of je dierenarts te zien waar aanpassingen nodig kunnen zijn.
- Beschikbare middelen en huisvesting: heeft je paard toegang tot een weide? Welk type hooi of welke kwaliteit hooi en weide zijn beschikbaar? Staat je paard alleen of in een groep?
- Medische voorgeschiedenis: een nieuw voedingsschema moet vroegere en huidige problemen ondersteunen.
- Bestaande bijkomende aandoeningen: Heb je een ouder paard? Dan is het verstandig om te controleren op gebitsproblemen of artrose, zodat je voedingsplan hier rekening mee kan houden.
Aangepaste voeding voor paarden met PPID
Bij PPID verliest de hersenen zijn natuurlijke rem op de hormoonproductie, wat leidt tot een teveel aan adrenocorticotroop hormoon (ACTH). ACTH stimuleert de bijnieren om cortisol aan te maken. Bij paarden met PPID gebeurt dit te veel en te vaak. Het gevolg is een voortdurend verhoogd cortisolniveau in het lichaam.
Door deze hormonale disbalans gebruiken paarden met PPID energie en voedingsstoffen minder efficiënt, wat leidt tot abnormale vetopslag en snellere spierafbraak. Zonder de natuurlijke rem op de ACTH-productie komen er na maaltijden meer suikers in de bloedbaan terecht. Het lichaam van het paard gaat ervan uit dat er meer energie nodig is en maakt meer insuline aan om de suiker naar de cellen te brengen. Als de suiker niet door de cellen wordt gebruikt, worden ze na verloop van tijd minder gevoelig voor insuline. Dit staat bekend als insulinedisregulatie en gaat vaak samen met PPID.
Een standaardrantsoen is daarom vaak niet langer voldoende.
Het opstellen van een voedingsplan op maat op basis van de lichaamsconditie en de aanwezigheid van insulinedisregulatie helpt de hormoonbalans te ondersteunen en een stabiel gewicht te behouden.
1. Voeding voor paarden met overgewicht en PPID
Een Body Condition Score (BCS) boven de 6 wordt beschouwd als overgewicht. De principes voor afvallen zijn hetzelfde voor paarden met of zonder PPID. In beide gevallen moet de energie-inname lager zijn dan het energieverbruik.
De volgende punten zijn belangrijk bij het opstellen van een voedingsplan voor paarden met overgewicht:
- Verlaag de energie-inname en verhoog de beweging
- Vermijd voeders met veel suiker en zetmeel (granen, jong gras). Suikers en zetmeel verhogen de insulinespiegel, wat vetopslag bevordert en vetverbranding vermindert
- Overweeg levothyroxinenatrium onder begeleiding van een dierenarts bij onvoldoende reactie op gewichtsverlies. Paarden die vetreserves vasthouden of een trage stofwisseling hebben, kunnen baat hebben bij deze medicatie.
💡 Praktisch voorbeeld: Een pony van 250 kg mag maximaal 1% van het lichaamsgewicht per week verliezen, wat neerkomt op 2,5 kg in de eerste week. Daarna is 0,5% per week een veilig doel.
Voedingsstrategie: Gebruik hooinetten met kleine mazen of een graasmasker om de eettijd te verlengen en pieken in het hongergevoel te voorkomen. Je kunt eventueel stro aan het hooi toevoegen om de energiedichtheid te verlagen. Je paard is dan langer bezig met kauwen en blijft langer verzadigd. Oudere paarden met artrose hebben soms moeite met eten uit hooinetten. Zij eten mogelijk liever hooi op de grond om belasting van de nek te voorkomen.
Supplementen: Een vitamine- en mineralenbalancer zoals ESTE Balancer vult tekorten aan die ontstaan wanneer je paard vooral ruwvoer eet, en zorgt voor een volledig en uitgebalanceerd rantsoen. Steady&Stable van Curafyt bevat Berberis vulgaris en helpt het gewicht op peil te houden en de suikerstofwisseling te reguleren.
Behoud van spiermassa: Gebruik luzerne of Body&Build van Curafyt voor extra eiwitten en om de spiermassa en spieropbouw te helpen ondersteunen. Eiwitten, en vooral het aminozuur tyrosine, zijn belangrijk omdat ze helpen de spiermassa te behouden en de aanmaak van dopamine ondersteunen, waar bij PPID vaak een tekort aan is. Combineer dit met lichte, regelmatige beweging om spierafbraak te beperken en de stofwisseling actief te houden.
2. Voeding voor te lichte paarden met PPID
Het bepalen van de BCS is een belangrijk onderdeel van de klinische beoordeling, vooral omdat ondergewicht bij paarden met PPID soms moeilijker te herkennen is. Hormonale veranderingen beïnvloeden de vetverdeling en spierontwikkeling.
Het dieet van je paard moet worden aangepast aan de onderliggende oorzaken van gewichtsverlies:
- Gebitsproblemen: controleer het gebit en corrigeer kauwproblemen zoals proppen maken (voer laten vallen).
- Parasieten: paarden met PPID kunnen gevoeliger zijn voor parasieten, dus verlaag de parasitaire belasting door elke 3-4 maanden strategisch te ontwormen.
- Sociale hiërarchie: houd tijdens het voeren rekening met de rangorde. Lager geplaatste paarden krijgen vaak minder voer of eten door stress te snel.
- Spierafbraak: activatie van het ubiquitine-proteasoomsysteem stimuleert eiwitafbraak. Het werkt als een soort “recyclingmechanisme”: het herkent beschadigde of oude eiwitten en breekt ze af zodat het lichaam ze opnieuw kan gebruiken. Bij PPID is dit systeem overactief door een overproductie van cortisol.
3. Voeding voor PPID met insulinedisregulatie
Naast voedingsmanagement voor PPID bij paarden met overgewicht of ondergewicht is extra aandacht nodig wanneer paarden en pony’s ook last hebben van insulinedisregulatie. Deze combinatie verhoogt het risico op hoefbevangenheid (door hoge insulinespiegels) en vraagt om een strengere controle van het suikergehalte in het rantsoen.
Belangrijke punten voor paarden met PPID en ID:
- Laat elke 4–6 maanden een orale suikertest of insulinetolerantietest uitvoeren door je dierenarts.
- Beperk suiker en zetmeel tot <10–12% niet-structurele koolhydraten (NSC).
- Analyseer ruwvoer (bijv. hooi) om het suikergehalte en de voedingswaarde te bepalen.
- Week hooi 6 uur in koud water of 1–3 uur in warm water om suikers te verminderen.
- Beweging verbetert de insulinegevoeligheid. Bij paarden met hoefbevangenheid mag beweging alleen in overleg met je dierenarts.
- Olie is een goede energiebron zonder suiker of zetmeel en is daarom veilig voor paarden met insulineproblemen. EPA en DHA uit olie hebben ontstekingsremmende eigenschappen. PPID en insulineresistentie hangen samen met ontsteking in vetweefsel, wat de insulinegevoeligheid verslechtert. Aanvullen met EPA en DHA uit hoogwaardige microalgenolie, zoals in Grow & Glow van Curafyt, is een waardevolle aanvulling op het dieet.
4. Voeding op basis van leeftijd en gebit
De leeftijd van je paard speelt een belangrijke rol in de voedingsbehoefte. Oudere dieren hebben vaak te maken met specifieke uitdagingen, zoals gebitsproblemen of verminderde mobiliteit, wat invloed heeft op hoe ze voer opnemen en verwerken.
Hier zijn enkele voedingstips voor oudere paarden:
- Zonder gebitsproblemen: langstelig ruwvoer
- Bij ernstige gebitsproblemen: geweekte pulp of hooikorrels
- Geef minimaal 1,5% van het lichaamsgewicht aan droge stof per dag
- Geef meerdere kleine maaltijden per dag (vuistregel: nooit langer dan 6 uur zonder hooi)
- Kies suikerarm voer om maagzweren te helpen voorkomen
- Alfalfakorrels zijn een goede eiwitbron (zonder melasse)
💡 Praktisch voorbeeld: Hoeveel hooi is dit voor een paard van 500 kg? Dit komt neer op 7,5 kg droge stof voor een paard van 500 kg. Hooi bevat ongeveer 85% droge stof. Als je daar rekening mee houdt, mag een paard van 500 kg ongeveer 8,8 kg hooi per dag krijgen.
Specifieke voedingsaspecten
Naast deze algemene richtlijnen zijn er een aantal voedingsstoffen die bij PPID extra aandacht verdienen. Eiwitten, vitaminen, mineralen en elektrolyten kunnen direct invloed hebben op het behoud van spieren, de hormonale balans, en het immuunsysteem.
- Eiwitten: Dopamine wordt aangemaakt uit aminozuren zoals tyrosine en threonine. Dopamine is nodig om de hormonale balans te behouden, die bij PPID verstoord is. Extra lysine en threonine (15–20 g/dag) zijn belangrijk voor de spieropbouw en helpen spierverlies te beperken.
- Vitaminen en mineralen: Er zijn geen specifieke richtlijnen voor vitamine- en mineralensuppletie bij PPID. Pas dit aan op basis van leeftijd en activiteit, in overleg met je dierenarts.
- Elektrolyten: Paarden met PPID kunnen last hebben van polyurie/polydipsie (vaak urineren/drinken). Zorg altijd voor een liksteen om verliezen via urine en zweet aan te vullen.
- Ondersteuning van het immuunsysteem: Vitamine C kan de immuunfunctie en de gezondheid van de longen verbeteren.
Conclusie
Je paard met PPID heeft levenslange zorg en aandacht nodig, vooral als het gaat om voeding. Het juiste dieet helpt de hormoonbalans te ondersteunen, de bloedsuikerspiegel stabiel te houden, en spierverlies te beperken. Houd de lichaamsconditie, leeftijd, het gebit en de insulinewaarden van elk paard goed in de gaten. Pas het rantsoen aan op de energiebehoefte en vermijd voer met veel suiker of zetmeel.
Een goed uitgebalanceerd dieet, gecombineerd met regelmatige veterinaire controle, helpt om PPID-symptomen effectiever te beheersen. Zo blijft je paard langer actief, comfortabel en in een stabiele conditie.
Delen
